Mag de menstruerende de Koran reciteren en aanraken?

 

Vraag:

Is het toegestaan voor een menstruerende vrouw om de Koran te reciteren en aan te raken?

Antwoord:

We hebben zowel in de Koran als in de Soennah geen enkele bewijsvoering gevonden die een menstruerende vrouw of een persoon die in Djanaabah1 verkeert, verbiedt om de Koran aan te raken of te reciteren. Sterker nog, we hebben stelregels en fundamenten die het tegendeel bewijzen, namelijk juist de toelaatbaarheid hiervan.

Eén van de fundamenten waarop vele vertakkingen gebouwd zijn, is de volgende stelregel: “Het basisprincipe op alle zaken is dat deze toegestaan zijn.” Bij de vraagstelling wordt het aanraken en reciteren van de Koran genoemd. Bij beide zaken geldt het basisprincipe dat dit toegestaan is. Men dient daarom niet af te wijken van deze stelregel, behalve met een bindend bewijs uit de Koran en/of de authentieke Soennah.

Er staat beslist nergens in de Koran of in de Soennah vermeld dat het niet toegestaan is voor een persoon die verkeert in Djanaabah of een menstruerende vrouw, om de Koran niet aan te raken of te reciteren. We vinden zelfs vele overleveringen die het basisprincipe bevestigen. Een voorbeeld hiervan is de overlevering vancAa’ishah waarin zij zegt: “De Profeet (vrede zij met hem) was gewoon om Allah in al zijn tijden te gedenken.”

(Moeslim)

Deze algemene woorden die cAa’ishah noemt in haar overlevering omvatten alle toestanden waarin de Profeet verkeerde: of hij nu rein of onrein was en of hij met een kleine of grote Hadath2 te maken had. Wat deze algemene betekenis ook bevestigt, is de overlevering vancAa’ishah waarin zij ons vertelt dat de Profeet (vrede zij met hem) soms wakker werd in staat van Djanaabah, (maar) niet als gevolg van een natte droom, in de Ramadan. De dageraad (Fadjr) naderde en hij verkeerde nog in Djanaabah, waarna hij vastte en vervolgens pas al-Ghoesl (de grote wassing) deed.

Uit andere overleveringen weten wij tevens dat de Profeet (vrede zij met hem) niet sliep, totdat hij Soerat al-Moelk had gereciteerd. En in vele andere nachten pas totdat hij soerat al-Moezzammil had gereciteerd. En in sommige overleveringen wordt gesproken over Aayat ul-Koersie en andere vormen van Adhkaar. Er is geen enkel bewijs bekend dat aantoont dat de Profeet in die nachten – waarin hij in staat van Djanaabah verkeerde – sliep en niet datgene reciteerde wat hij de mensen heeft voorgeschreven. Het is dus toegestaan om de Koran te reciteren tijdens het liggen voor het slapengaan.

Sheikh Mohammed Naasir ud-Dien al-Albaanie
(Silsilat ul-Hoedaa wan-Noer, tapenummer 244)

1. Een gesteldheid waarin iemand verkeert na het hebben van geslachtsgemeenschap of een orgasme.

2. De letterlijke betekenis van Hadath is gebeurtenis. In fiqh-termen wordt er het volgende mee bedoeld: winden, toiletteren, zaadlozing of gemeenschap. Winden en toiletteren zijn van de kleine Hadath en kunnen opgeheven worden door de Woedoe’. Gemeenschap, zaadlozing, menstruatie en kraambloed zijn van de grote Hadath en kunnen opgeheven worden door de Ghoesl (grote wassing).

———————————————————————-

Is het toegestaan voor een menstruerende vrouw de Qoran aan te raken of de moskee te betreden?

Hierover zijn er menings verschillen tussen de geleerden. Zij die het verbieden zowel de Qoran te lezen als de Moskee te betreden en zij die vrouw toestaan alles te doen behalve het gebed of de tawaaf. 

 

Wat het juiste is (en Allah weet het beste) is dat het voor een vrouw toegestaan is om alles te verrichten tijdens haar menstruatie behalve het gebed en de Tawaaf. Als je namelijk de menings verschillen hierover bestudeerd dient men goed te kijken naar de bewijzen. De bewijzen spreken namelijk eerder voor de vrouw dan tegen haar. In de tijd van de Profeet vrede zij met hem had je ook gewoon vrouwen die menstrueerde, maar de Profeet (vrede zij met hem) heeft ze nooit verboden de Qoran niet aan te raken, te reciteren of weerde ze daaraan tegen de moskee te betreden. De meerderheid van de selef en de geleerden hebben het ook niet verboden voor een menstruerende vrouw. 

 

Dit wordt duidelijk uit de volgende hadith die zeer sterk is dat onze geliefde moeder Ai’scha -moge Allah tevreden over haar zei:

 

عائشة -رضي الله تعالى عنها- قالت: لما جئنا سرف حضت فقال النبي -صلى الله عليه وسلم-: « افعلي ما يفعل الحاج غير ألا تطوفي بالبيت حتى تطهري »1 متفق عليه في حديث طويل 

 

“toen wij aankwamen voor de laatste periode (wat wil zeggen van al-Hadj) werd begon ik te menstrueren. De Boodschapper van Allah zei tegen mij: Verricht al het geen wat een al-Hadj (pelgrim) verricht behalve de Tawaaf” 

 

Hadith staat in Sahih Al-Bukharie en Muslim

 

Hadith is duidelijk! Ai’cha radia Allahoe A’nha mocht alles verrichten behalve de Tawaaf en natuurlijk het gebed ook niet. Dit is natuurlijk al bekend dat een vrouw sowieso het gebed niet mag verrichten als ze menstrueerd. Dus de moskee betreden, daar zitten, qoran lezen, stenen gooien, naar moezdalifa gaan, minan enz..enz.. dit mocht ze allemaal doen met toestemming. Want het kan niet zo zijn dat als zij geen Qoran mocht aanraken de Profeet haar niet ook hierop had verboden. Tevens wordt dit nog extra bevestig uit de volgende bewijs.

 

ما رواه الجماعة إلا البخاري عن عائشة قالت: قال لي رسول الله صلى الله عليه وسلم: “ناوليني الخمرة من المسجد”، فقلت: إني حائض، فقال: “إن حيضتك ليست في يدك”، 

 

Imaam Al-Bukhari heeft overgeleverd dat Ai’cha radia Allahoe a’nha zei, dat de boodschapper (vrede zij met hem zei): 

 

“Geef mij dat (het was iets) uit de moskee!”

 

Waarop zij (moge Allah tevreden over haar zijn) zei: “Maar ik ben menstruerend??” 

Daarop zei de boodschapper: “Jouw menstruatie heb je geen macht over, Waarop ze naar binnen trad” 

Dat wil zeggen dat dit een zaak is hoe een vrouw is geschapen en waarover zij geen macht heeft. Nogmaals als de Profeet het had verboden dan waren hierover sterke bewijzen. Maar die zijn niet terug te vinden. En ik zeg dat de beste hadj de hadj van de boodschapper is. Sterker nog de bewijzen spreken voor dat het is toegestaan dan niet. Zie hieronder een aantal uitspraken van grote geleerden hierover:

 

Imaam al-Bukharie zei hierover:

“Er zijn geen authentiek bewijs is die deze bewering onderbouwt en dat het in feite was toegestaan. Als onderbouwing van zijn visie noemde hij het standpunt van sommige van de vroegere geleerden die het reciteren en aanraken van de koran ook toestonden om aan te tonen dat de verbieding van het reciteren van de koran voor de menstruerende vrouw niet unaniem was onder de vroegere geleerden”

(Fath-al-Baaree, vol. 1 p. 305)

 

Ibraheem an-Nakha’ee (geleerde onder de studenten van de sahaba) zei:

“Er is geen kwaad in een menstruerende vrouw die een een Koranische vers reciteert.” (Dit was ook de mening van Imam Maalik)

(Vol. 1 p. 182 pagina 9 of Sahih Al-Bukhari)

 

Imaam Al-Bukhari noemde deze frequentie met de bedoeling om te bewijzen dat, omdat de profeet vrede zij met hem verzen van de Koran naar de heidenen stuurde die in een staat van onreinheid verkeerden, het mogelijk is voor een menstruerende vrouw om de Koran te lezen als de ongelovigen het wel mochten.

 

En de beste der uitspraken is die van Shayk Al-Islaam Ibn Taymeeyah (rahimahoe Allah) die zei:

“Het verbod van het lezen van de Koran voor de menstruerende vrouw heeft geen basis in zowel de Koran als de sunna. De overlevering die toegeschreven is aan de profeet. De menstruerende vrouw of de persoon in junub (onreinheid wegens seksuele gemeenschap) mag niets uit de koran lezen is NIET authentiek volgens de unanieme mening van de hadith geleerden. Ongetwijfeld menstrueerden de vrouwen gedurende de tijd van de profeet en als het reciteren uit de Koran verboden was zoals het gebed, dan zou de profeet dat uitgelegd hebben aan zijn opvolgers en zijn vrouwen, en het zou overgeleverd zijn aan ons. Gevolg is, omdat er geen verbod is overgeleverd van de profeet , is het niet toegestaan om het haraam te verklaren wetende dat hij het niet verbood. En als hij het niet verbood, ook al waren er veel gevallen van menstruatie gedurende zijn tijd, is het duidelijk dat het niet haraam is”

(al-Majmoo’ Fatawa vol. 26 p. 191)